Geplaatst op Geef een reactie

Een bijzondere dag

Een bijzondere dag

“Pap je weet toch dat wij naar Bali gaan en we willen graag  je GoPro mee nemen, mag dat?”, was de vraag van mijn jongste en vanzelfsprekend had ik ja gezegd.

“Wolst it wykein ek mei mij te fiskjen” luidde het appje wat ik van Popke kreeg. Ik hoefde geen seconde na te denken en bevestigde deze afspraak op vandaag. 

Het is even geleden dat ik een hengel in de handen hebt gehad.  Soms gun je jezelf niet de tijd om dat te doen en dat is in principe dom. Want wat is er belangrijker dan in goed gezelschap met een hengel in de hand, je door het Friese polderlandschap te laten sturen? Toegegeven het is bekend terrein. Honderden keren ben ik hier al langs gevaren. Al die keren hebben bijzondere verhalen opgeleverd en vandaag zou ook zo’n dag worden. Waren het de ruigpoot buizerds en de kiekendieven die het bijzonder maakten? Was het mijn vismaat die samen met mij door dit landschap ging? Waren het de kieviten die alweer neergestreken zijn of was het genieten van een kop hete snert in het zonnetje uit de wind achter de rietkraag die de dag zo bijzonder maakte? Laat ik het verhaal maar gewoon vertellen. 

Het schitterende weer maakte de dag op zich al goed, nu zouden we gaan merken of de snoeken al op het prachtige weer gereageerd zouden hebben door al aan het paaien te gaan. In dat geval zouden we niet op veel aanbeten hoeven rekenen. Daar leek het in het begin ook op. Na een dik uur trollen hadden we eigenlijk geen overduidelijke aanbeet gehad. Wel eens een vermeende tik, maar ik mag daar dan graag een kolk bij zien en als ik die niet waarneem dan betwijfel ik of het een aanbeet is. Dat heeft alles met de waterdiepte te maken natuurlijk die hier op zijn diepst 1,5 m is. Maar daarna opende Popke de score en niet lang daarna meteen een tweede snoek er achter aan. De pike fighter deed zijn werk.  Korte tijd later werd de Yakki opgemerkt en werd een mooie winter snoek van dik in de zeventig geland.  Sinds mijn laatste trip naar Denemarken, waar ik de schade van dreggen in een hand heb mogen ondervinden, heb ik vaak een schepnet in de boot. Vandaag vissen we echter in de boot van Popke en hebben we zo’n ding niet bij ons. Ik moet even focussen omdat de Yakki dwars in de bek zit en er dus dreggen aan twee kanten vast zitten. Ik pak goed beet en landt de mooie dikke wintervis die bovendien nog een snoekje van in de 40 cm in zijn keel en buik heeft zitten. Waarom zo’n snoek een plug pakt vraag ik mij af. Maar goed we hadden eigenlijk vier snoeken op de teller waarvan laatste twee ineens;).

Net als Popke en ik een zijvaart in varen merken we de kieviten op die al moeite hebben met de aanwezigheid van buizerds. Het licht voor het voorjaar staat op groen. En dat is bijzonder, vorig jaar op 4 maart stonden Popke en ik nog op de schaats en reden we door de Venen. Veertig jaar geleden op 14 februari ging Nederland gebukt onder heftige sneeuwstormen. En nu staan er dubbele cijfers op de thermometer! We vangen nog een snoekje, komen erachter dat we allebeide amateurs zijn als een hengel in de steun zich meldt wanneer we door een duiker varen en het topje keurig langs het betonnen plafond schuurt. Die moeten we straks wel even nakijken. Dan is Popke aan de beurt en de beukende hengel geeft aan dat het een serieuze vis. Popke zet de motor neutraal en ik haal de overige hengels in. Het is een machtig mooie puntgave wintersnoek die de meter net niet haalt. Nu zijn we niet van de millimeter neukers. Een metersnoek heeft dat massieve, stoeprand achtige dat het pakken achter de kop onmogelijk maakt. Waar een bek op zit die respect afdwingt als de snoek n haar poging dit rare prooidier kwijt te raken haar wijdt openspert, waardoor de kieuwbogen hun felrode kleur tonen. Kortom een puntgave metersnoek. Een snoek die, als je het mocht kunnen voorspellen, het waard zou zijn om in super slecht weer toch te gaan vissen. We schudden elkaar de hand, teamwork is dubbel genieten. We vervolgen onze toch met een niet te beschrijven, maar door een iedere sportvisser te herkennen, voldaan gevoel.  

We naderen een spoorbrug en we weten dat daar ook wel een snoek te vangen moet zijn. En net als je denkt dat je er verstand van hebt, wordt je keihard met je neus op de feiten gedrukt. Geen aanbeten onder de brug. Op het stuk na de brug vangen we nog een viertal mooie snoeken, niet zo mooi als die meter van net, maar gewoon mooie vette wintersnoeken. We wilden eigenlijk hier even pauze houden maar de wind is nog koud en ze hebben hier de rietkragen gemaaid! We draaien om en vissen hetzelfde traject terug. Het is wederom de beurt aan Popke, een doffe tik gevolgd door dood gewicht en dan weet je het wel. Even wachten tot het kopschudden begint en je hengel vette buigingen in het ritme daarvan laat zien. Het motortje weer neutraal, de andere hengeltjes binnengehaald en gereedmaken voor het landen van alweer een meter? We flitsen even door de geschiedenis van onze gemeenschappelijke visdagen. Hier  vingen we ooit een metersnoek met een dikke kop en een dun lichaam. Zou het dezelfde zijn? We landen een super mooie snoek van 100+ cm. Niet die magere maar wel met een dikke kop. Het is een bijzondere dag. 

Nu is het tijd voor een onderbreking. We varen naar de plaats achter de rietkraag waar het in het zonnetje goed toeven is. De snert zorgt voor de boost die ons door de rest van de dag moet slepen want, oh wat hebben we het zwaar. 

“Hans, iets in mij zegt dat we dat stuk naar de brug nog een keer moeten afvissen”, zegt Popke na de snert. Wie ben ik om Popke te negeren, Dat gaan we doen P. We varen het stuk terug en nu is het de follow me die  bruut genomen wordt. De omgebouwde ééndelige compre buigt in al haar vezels. “Beste snoek Popke, do hiest gelyk! Na een mooi gevecht ligt ze naast de boot. Ze lijkt net op een velletje vast te zitten.  Wie de follow me kent weet dat je extra op moet passen bij handlandingen. Het lukt en ik moet iets verder doortillen om deze snoek in de boot te brengen. Na de landing blijkt dat velletje behoorlijk moeilijk te onthaken. Deze was niet zomaar losgeschoten. Het meetlint raakt net de 110 cm niet aan. Wat een bak roepen we beide.  Wederom geven we elkaar de hand en kijken elkaar even diep in de ogen. Machtige mooie dag Popke. 

Geplaatst op Geef een reactie

Glenstrup in september

Het zit er weer op, het traditionele weekje vissen met Luuk en Frans. Een traditie die vorig jaar weer nieuw leven in werd geblazen na een aantal jaren stilte. Waarom dan toch een traditie hoor ik u denken. Traditie omdat wij drieën ons ooit in een situatie bevonden, die verbonden voor het leven smeedt. Dus een ideale week om oude herinneringen op te halen, de dagboeken van het verleden na te pluizen op mooie anekdotes en oude foto’s te raadplegen. Voeg daarbij een gezellige alcoholische versnapering, het gemoedelijke huisje met zijn houtkachel, vriend Egon en de schitterende omgeving en je hebt het werkelijk over een aantal dagen onthaasten.

Glenstrup leer je eigenlijk nooit helemaal kennen. Het is net als de beurs, resultaten in het verleden zijn geen garantie voor de toekomst. Toch hebben we in de loop der jaren wel een aantal “problemen” uit het verleden opgelost. Aasvis vangen is bijna nooit meer een probleem, ze in leven houden al evenmin. Het zuurkoolvat met gaten doet al jaren trouwe dienst en is prima geschikt om een twintigtal grote voorns te conditioneren. Kortom we leren het langzaam maar zeker. Er is eigenlijk maar een ding wat roet in het eten kan gooien gedurende zo’n week en dat zijn verwachtingen. Het gevoel hebben te moeten scoren. Ieder jaar reis ik af met de bedoeling de week te nemen zoals zij komt. Vanzelfsprekend zijn er in de loop der jaren diverse visstekken in de kaartplotter bewaard. Ik neem me ieder jaar weer voor om er een aantal bij te vinden want, wie altijd naar de geëigende stekken terugkeert vindt nooit nieuwe.

Frans, Luuk en ik vissen de eerste dag uitsluitend trollend. We kunnen het meer even schouwen, waar staan de plantjes, hoe los zijn de snoeken? De eerste dag sluiten we af met een tiental mooie vissen. Frans ving ook nog een prachtige baars op de plug. Aan het einde van de dag zochten we een waypoint voor voorns en ankerden op die plek. We vangen de voorns aan een paternoster systeem met twee haken geaasd met een worm. Zijn de wormen heel dan vang je bijna altijd baars, zijn er stukjes vanaf dan is het voorn die de haken beroerd. Doorgaan vangen we de voorn op 10 meter diepte. Op gevoel, prachtig zoals sommige aanbeten zijn. Op deze manier scoren we in een uurtje een dertigtal bruikbare voorns en een even zo groot aantal onbruikbare. Voor het gevoel te groot maar we weten allemaal beter. Te groot voor de aaston dan maar? Voeg daar nog een zelfde aantal baarzen aan toe en je mag concluderen dat er voldoende vis aan de handen heeft gezeten. We halen wat slaap in en zijn de volgende dag in een dikke wind weer op het meer. We vissen met levend aas op de stek die gisteren met kunstaas de meeste snoeken opleverde. Waarom, omdat daar snoeken zijn. Ik veronderstel dat je nooit alles vangt en dus loont het de moeite om daar te gaan vissen. Op een andere manier. We scoren al snel een aantal snoeken maar na verloop van tijd en een aantal keren zijwaarts verkassen stoppen de aanbeten. We besluiten weer te gaan trollen. Onderweg vangen we nog een aantal waarmee de score van deze dag op 20 stuks komt. Wij klagen niet en genieten van iedere vis en de omgeving. Onstuimig wordt het meer en na een mooi stukje golven bonken, de naast het vissen, favoriete bezigheid van Luuk en Hans, keren we terug naar het huisje.

De derde dag  staat weer voor een groot deel in het teken van levend aas. Als de vissen op zijn gaan we weer trollen. Het is een dag als die van gisteren alhoewel de wind een stuk minder is. Ook de aantallen snoeken zijn minder maar met elf op de spreekwoordelijke teller hoor je ons niet klagen. In de avond drinken we een borrel met Egon en maken we plannen voor de laatste visdag. We beginnen met levend aas vangen. Driekwartier later verkassen we naar de beoogde leven aas plek. Er verschijnen die ochtend nog twee boten op het water. Ik ken ze, ze vissen hier al jaren. Ook zij beginnen met het trachten te vangen van mooie voorns. Ondertussen gaan bij ons de dobbers regelmatig onder. Het zijn allemaal metersnoeken die we net een paar jaar te vroeg vangen, maar wij zijn tevreden met snoeken tussen de tachtig en de negentig. We verkassen met de wind mee, onderwijl het talud bevissend. De wind trekt weer aan en ondanks twee ankers blijft de boot een beetje krabben. Zo sleuren we twee ankers door de plantenbedden die we beogen te vissen. Het blijft niet zonder resultaat.  Ook een andere boot gaat zich nu aan het vissen op snoek wijden. Ze driften dwars op de wind over een deel van het meer. Dan weer langzaam tegen de wind in trollend terug.  Als de snoeken even pauze lijken te houden trollen wij naar de westzijde van het meer. We vertoeven daar de rest van de dag. Op de terugweg, voor de wind, gaan we nog een keer voor anker. We bieden nog een keer een aantal aasvissen aan. We vangen prachtige snoeken. Dan wordt het tijd om huiswaarts te keren. We trollen even langs de andere boten. “Wat doe jij hier?”, klinkt het als er herkenning plaatsvindt. “Jij zou pas volgende week komen!” Ik vertel ze dat ik in de gelukkige omstandigheden ben dat ik twee keer kort achter elkaar dit meer mag bevissen. We wisselen even kort wat ervaringen uit en dan trollen wij terug naar de steiger. Onderweg vangen we niets meer maar dat maakt niet uit. Dwars op de golven rolt de boot heerlijk onder ons, we hebben weer genoten. Met 23 snoeken op de laatste dag neemt Glenstrup afscheid van Frans en Luuk. Ik knipoog en zeg tot volgende week, dan vangen we snoek.

Geplaatst op Geef een reactie

Denemarken mei 2018

Net als in het vorige bericht is er hier sprake van achterstallig montagewerk. Sowieso want het was voor mijn vismaat John meer dan achtentwintig jaar geleden dat hij samen met mij op Glenstrup was. John en ik vierden toen mijn vrijgezellenweek. We hebben heerlijke herinneringen opgehaald en onder prachtige omstandigheden gevist. Ook voor mij was het heel erg lang geleden dat ik in mei op dit meer gevist heb. Ik werd geconfronteerd met zaken als andere vogels, andere natuur en niet geheel onbelangrijk waar zit de aasvis in mei? Uiteindelijk zijn snoeken ook prima aan baars te vangen en die was op de oude vertrouwde stekken te vinden. Kortom voor herhaling vatbaar!

 

 

Geplaatst op Geef een reactie

Denemarken oktober 2017

Soms blijft, zonder duidelijk reden, filmmateriaal liggen wat eigenlijk al lang gepubliceerd had moeten worden. Vandaag post ik op dit bericht dat eigenlijk al in oktober 2017 hier had moeten staan. In de aanloop naar mijn eerste keer in Denemarken van vorig jaar sprak ik met Popke over het aankomende avontuur. We moesten ook maar eens die kant op opperde Popke toen. Het laat zich raden, agenda’s werden geraadpleegd, verlof werd aangevraagd en de reis gepland. We hebben samen vier dagen gevist op dit prachtige meer. De eerste drie dagen waren gewoon goed te noemen. Met een gemiddelde van 10 snoeken per dag, grote hoeveelheden voorn en baars en prima weer kun je het moeilijk slecht noemen. Als anekdote valt in deze week te vermelden dat de auto dusdanig vast zat, dat een bergingsbedrijf met een UNIMOG moest komen om mijn Volvo eruit te lieren. Veel kijkplezier.