Geplaatst op 1 Reactie

18 juni 2011

Gelukt! Vandaag ga ik eindelijk weer eens
vissen. Niet dat bij mij de lust ontbrak maar andere bezigheden weerhielden mij
van het vertoeven op het water. Als eerste de Elfstedentocht die ik samen met
mijn vrouw gelopen heb. Daar moet je voor trainen en de dagen zelf kom je ook
niet echt aan vissen toe. Zo is daar ook de bezigheid kaatsen die veel van mijn
tijd opslokt. En toen ik vorige week echt even tijd om te vissen had, protesteerde
de anders zo betrouwbare Yamaha. Die wilde alleen nog maar vol gas varen.
Gelukkig dat je dan dus vismaten hebt en een daarvan is Popke. We waren er
beide een beetje aan toe. Hoewel? De voorspelling waren natuurlijk niet echt
denderend en toen ik vanmorgen om vijf uur opstond kletterde de regen op het
dak. Als dat de voorbode was voor vandaag, dan
kregen we nog heel wat te verstouwen. Om zes uur stapte ik bij Popke in
de auto. Ons viswatertje lag op een goed kwartier rijden en om half zeven waren
we aan het vissen. Heerlijk om er weer eens uit te zijn en dan doet het weer er
eigenlijk niet toe. De Hoanskrobbers (Kiekendieven) markeerden hun territorium
als vanouds. Het voelde vertrouwd. Wat niet vertrouwd voelde waren de
aanbeten. Die bleven uit. Popke en ik probeerden het eerst met een stukje vis onder een hoempie ploempie. Deze methode werd tegen de rietjes aan uitgevoerd.
Dat moest natuurlijk resultaat opleveren maar hoewel de wind mooi op het kantje
stond bleven aanbeten uit. We besloten de fireballs en dropshots in te zetten.
Nauwelijks tien meter op weg knalde een snoekbaars op de fireball. Dan heb je
het uitgevonden denk je. Maar het volgende uur bleven aanbeten weer uit. We
besloten slepend de rietjes af te “centimeteren”. Net toen ik tegen Popke zei
dat het allemaal een beetje tegenviel en je toch in dergelijke rietkragen wel
eens een snoekje zou verwachten werd de fireball opnieuw gegrepen. Vis nummer
twee, een snoek. De rest van de video kon ik vervolgens alleen nog maar met de
fotocamera schieten omdat ik de reserve accu van de camera vergeten was.
Bovendien zou het niet mee zijn gevallen om de accu te wisselen onder die
weersomstandigheden. We verkasten besloten op ervaringen uit het verleden een
stek te kiezen. Daar konden de hoempies weer een mooie drift maken langs het
ons zo bekende taludje. Maar er gebeurde niets met de hoempies. “ De steun, de
steun!”, hoorde ik Popke roepen. Hij doelde op mijn statisch aangeboden
fireball in de steun. De hengel trok vervaarlijk krom. Ik zette de haak, zo die
al niet gezet was, en al snel konden we een pracht exemplaar van de
snoekbaarsfamilie aanschouwen (79 cm). Popke zette me op de kiek. Na een tijdje
verkasten we weer. We probeerden dezelfde tactiek. Popke liet zijn fireball
zakken en kreeg onmiddellijk beet. Hij sloeg maar het lukte niet de vis te
haken. Een gehavende voorn kwam aan de oppervlakte. Hoewel we verwoede pogingen
deden om deze vis alsnog te arresteren bleven dat slechts pogingen. We
verkasten weer. Voeren een stukje en kozen weer een stek met wind op de
rietkragen. Er gebeurde lange tijd niets. Net toen we eigenlijk wilden
besluiten ermee op te houden, wilde Popke nog een laatste worp doen. Hij
plaatste de hoempie precies voor de beoogde rietkraag. Ik complimenteerde hem
met de kwaliteit van de zojuist afgeleverde worp. “Zo’n worp verdient een
snoekbaars!” Nauwelijks waren de woorden gesproken of deze wens werd verhoord.
Popke haakte de snoekbaars. Na de foto’s ging dit exemplaar terug onder water.
“Zo moet het dus”, zei Popke. Hij kopieerde de worp van even daarvoor en deze
keer kwam de hoempie ploempie niet eens tot stand. Hij ving ook deze
snoekbaars. Nu leek het feest en we probeerde deze methode op verschillende
plaatsen. Een aanbeet dicht bij de boot
volgde. Popke ving een paling van een centimeter of tachtig. Ook dit beest ging
weer terug in haar element. Daarna bleef het stil. We verkasten weer. Zochten
een plekje en probeerden van alles en wisten nog drie snoekbaarzen te vangen. Daarna
weer driftend vissen. Puur op “oude stek kennis” probeerden we het bij een boom.
Popke ving een bijna zwarte snoekbaars. Niet ver daar vandaan verkenden we een
kruispunt in de waterweg. Onder de boom scoorden we twee snoekbaarzen en aan de
overzijde daarvan twee snoeken. De brug leverde geen resultaat op. Vlak bij de
trailerhelling lukt het ons om dit trucje nogmaals uit te halen. Het vreemde
hieraan was dat nu alle vissen gevangen werden aan een dropshot shad, terwijl
alle andere vissen daarvoor op een dode aasvis of een stukje vis werden
gevangen. Ditmaal drie snoekbaarzen en een snoek. Ons eindtotaal kwam daarmee
op 17. Terugkijkend was het een vreemde dag. Niet een dag waarop de vissen gemakkelijk
te vangen waren. Twee perioden van ongeveer 20 minuten leverden zomaar acht
vissen op. Dan wil de teller snel oplopen. Al met al dus een mooie, onstuimige,
maar vreemde visdag.

<!–
WriteFlash('’);
//–>