Geplaatst op Geef een reactie

30 april 2009

De dag die Nederland schokte. Ik zit ’s middags een boek te lezen als Popke even langskomt. Of ik hem kan helpen aan een thermometer. Popke heeft wat paling gekocht en die gaat hij roken maar zijn thermometer is defect geraakt. Helaas kan ik hem niet helpen. We praten nog even over het voorval wat iedereen deze dag en waarschijnlijk de dagen hierna ook wel zal bezighouden. We leven in een raar land zo onderhand. ’s Avonds loop ik nog even een rondje Jortwert om daarna onmiddellijk even de karperhengel te pakken. De wellingen rond de voerstekken zijn veelbelovend. Ik zit net als de honden melden dat er iemand aankomt. Het is achterbuurman Enrico die nog even zijn moestuin van water gaat voorzien. Hij blijft even staan praten. We hebben het over vissen, natuur, mensen en zwaaien onderwijl naar de personen die in een mandje onder een luchtballon hangen. Of ik al wat gevangen heb? “Ja!” “Dus ze bijten?” “Dat hoop ik toch niet!” Gelach vanuit een mandje onder een ballon. Mijn vrouw brengt een volle mok koffie en Enrico kijkt bijna verwonderd. Net als ik mijn tweede brasem van tegen de dertig heb onthaakt en weer in de stoel zit wordt ik ongemerkt benaderd door Popke. Zelfs de honden waarschuwen niet! Ze kennen hem te goed denk ik dan maar. Popke maakt nog een opmerkingen over hogere waakzaamheid die hij van mij verwacht had. Ik schuif de “schuld” af naar de honden. We praten nog even over de kleur van de pen die nu toch wel moeilijk te zien is. Volgens mij kan je de lijn ook wel volgen als er iets gebeurd. Popke loopt nog even naar huis en Enrico naar zijn tuintje. Als Popke even later terugkomt verraadt het rolletje vetvrij papier een heuse lekkernij. “We moasten se mar efkes priuwe!” (We moeste ze maar eens even proeven) Mocht ik al enige reserves hebben gehad dan was hier de opmerking van vriend Walter onmiddellijk van toepassing:”Omgeluld.” Ondertussen komt Enrico teruglopen van zijn tuintje. Ook hij peuzelt een lekkernij op. De honden loopt het water ook in de bek. We beren nog wat over het goede leven dat we hebben, het zogenaamd vangen van vers gerookte paling uit het watertje achter onze huizen. Een ransuil wiegt als een ware luchtacrobaat over de het water tussen de bomen door. Bijna onvermijdelijk komt het gesprek op vogels. Een sperwer gezien, overigens alleen om tien uur ’s morgens, een specht gehoord en de kleine gans is weer gezien. Het is nu bijna donker. We spreken af op zaterdag nog een loopje te maken. Hoewel ik nog steeds in mijn korte broek zit voel ik geen koude. Goede vetten met omega 3 van de gerookte paling denk ik dan maar. Met een grijns van oor tot oor stap ik de kamer binnen. “Dikke vis gevangen?”, vraagt mijn vrouw. De geur van gerookte paling die nog om mij heen hangt, maakt dat ik niets hoef te verklaren. Ze waren wel wat zout volgens Popke maar dat was volgens mij weer een goede reden omdat met een lentebokje af te blussen. “Omgeluld!”

Geplaatst op Geef een reactie

19 april 2009

Het is op vrijdagavond als ik de honden uitlaat en ik de prachtige boeggolven van grote brasem of karper waarneem in de sloot bij mij achter. Ik neem dan het besluit om een aantal stekjes aan te maken. Gewoon wat gekookte maïs met wat hennep strooien op wat beoogde stekken. Het is op zaterdag als ik mijn eerste voorns vang op één van de stekken. Ik vis slechts een kleine twee uur maar het is voldoende. Na het vissen een handje voer erbij en dat van de week maar eens volhouden. Onderweg kom ik een oude bekende tegen die ik trouwens op deze plaats nog nooit gezien had. Het is een ransuil. Bijna niet te onderkennen in zijn prachtige gecamoufleerde opstelling. Ik kwam er achter dat het een span ransuilen was toen ik er één probeerde te benaderen voor een foto. De ander vloog vlak voor me weg zonder dat ik hem daarvoor gezien had. De andere kreeg ik wel voor de lens. Het zijn twee spiedende ogen die ik weet vast te leggen. Helaas door tegenlicht niet echt subliem. Daarom besluit ik de volgende ochtend mijn camera weer mee te nemen. In dit licht gaat dat beter. Ik moet lang speuren. De eerste foto toont een overzicht van de situatie zoals je die normaal gesproken waarneemt. De in de tweede foto is de ransuil geel omlijnd. Leuk om eens je waarnemingsvermogen te testen. De rest van de foto’s spreken voor zich. Ook op de zondag vang ik een paar voorns en een brasem. Wederom twee uurtjes gevist.<!–
WriteFlash('http://foto.poask.com/#27‘);
//–>http://foto.poask.com/#27

Geplaatst op Geef een reactie

13 april 2009

Het is tweede paasdag als ik mijn stukje schrijf voor op het weblog. Ik realiseer me dat ik wederom niet gevist heb of je moet het zoeken naar de eieren van weidevogels en watervogels ook een soort van vissen noemen. Vissen naar de mogelijkheid of er überhaupt een kans aanwezig is dat bijvoorbeeld de kievit eieren heeft. Aangeduid door tal van mogelijke aanwijzingen. Vandaag ben ik vroeg op pad. Deze keer met mijn vrouw en we lopen naar het huis van mijn moeder. Een slordige zestien kilometer als je de paadjes kent. En wij kennen ze. Dwars door de natuur en herinneringen stappen we voort. Onder het luide geroffel van een specht verlaten we onze woonplaats. Het “leven” evaluerend stappen we de Hegedyk (oude zeedijk) richting Easterwierrum op. Het zijn maar een drietal kilometers die ons over deze weg voeren. De kop-hals-romp op het oude land staat er prachtig bij, net verkocht. De eenzame kerktoren van het eerder genoemde plaatsje op een terp rechts van ons is net in de mist waarneembaar. We slaan linksaf, het laatste stukje van de Slachte op. De gedenkplaat bij de brug gevolgd door de steen vlak voor de Snitserdyk. We lopen naar de reigers en roeken van Raerd. Even langs het bos, plaats van de oude stins, dan door het dorp, om de kerk en dan de betonweg op die ook hier weer Hegedyk heet. Herinneringen komen boven als de eerste eenden op het nest waargenomen worden. Allemaal zitten ze, hoe verrassend, op drie eieren. Need I say more? Ik praat tegen mijn vrouw over mijn tijd van de middelbare school. Een tijd waarin ik met de mannen uit het dorp tot ver in de omtrek op de fiets dit soort stekken bezocht. De reigers van Raerd hadden een aantrekkingskracht die enige naam mocht hebben. Niet zo zeer vanwege de bijzonderheid van de reiger zelf maar het “ei” van een reiger ontbrak nog in de verzameling. En ze waren al beschermt in die tijd dus moest dat een beetje stiekem. De bomen erg hoog en je kwam onder de stront terug. Anton, Frans, Kees, Frits, ze schieten allemaal door mijn gedachten zo lopend langs het gasstation. De eierenverzameling is reeds lang geleden geschonken aan een lagere school van mijn geboortedorp. Ik heb de eieren niet meer nodig maar het oog is er nog steeds. “Wat er in zit gaat er niet meer uit”, sprak Popke. Met hem liep ik gisteren weer vogels te tellen en hij heeft gelijk. Het komt zo weer boven. Als een kievit een scholekster verjaagd heeft hij drie eieren. Die russen op dat slootkantje kunnen alleen maar een eendennest verbergen. Een kievitsei is verlaten als uit de gegevens die het nest je vertellen blijkt dat er geen sprake meer is van onderhoud. Het nest is nat, er zit spinrag in en er groeit een klein plantje in het nest. Een bewoond nest heeft zulke kenmerken niet. Dat is droog, keurig onderhouden en de eieren hebben een andere kleur. Als u de foto’s op volledig scherm bekijkt kunt u de kenmerken vast waarnemen. <!–
WriteFlash('http://foto.poask.com/#26‘);
//–>http://foto.poask.com/#26Wat leuk als het dan klopt! Zo snaaien mijn ogen vandaag onderweg ook nog een aantal eenden van het nest waarvan er één zodanig “broeds” is dat ze stoïcijns blijft zitten. Een zeer markante nestplaats zat in de vork tussen twee wilgen bijna op ooghoogte. Niemand rekent daar op maar de eend bewoog heel even. We slaan linksaf om even later de weg naar het oord Friens op te lopen. Een slingerpad voert ons langs meidoorns en vlak voor het schapenhek drinken we even wat. De bergeenden in het weiland nabij vormen samen vier span. Het is nog steeds een beetje mistig. De alarmroep van de grutto waarschuwt de wijde omgeving. Ik spits mijn oren maar hoor toch geen leeuwerik. Door het hek volgen we het schelpenpad op en groeten we de vroege jogger die niet schijn te beseffen dat looppas door een zweefmoment wordt gekarakteriseerd. Even langs de rivier de Grou en we draaien de weg naar Grou op. Langs de Suorein de stationsweg op. Om de oude boerderij van Hooghiemster heen. De weg liep daar vroeger langs de andere kant. Tussen Postma en Kastelein door naar het station. De spoorwegovergang sluit nog even de toegang tot het dorp maar dan is daar het vertrouwde bakje “kofje”. Heel lui nemen we de trein terug.

Geplaatst op Geef een reactie

5 april 2009

De zaterdag begon met het rijden voor de sportvereniging van mijn dochter. Daarvan terug moeten er nog een paar boodschappen gedaan worden. Op het moment dat ik die uit de auto til stopt de citroën van Popke. Nog even het veld in? Het is niet de vraag die hij stelt maar zijn outfit die die vraag stelt. “Drie minuten”, meld ik hem na in een flits een blik gewisseld te hebben met de vertrouwde bruine ogen van mijn vrouw. Even later zijn we in het veld. Nog een stukje bouwland heeft de aandacht. “We hawwe se noch net alleheare hjir” ,(We hebben ze nog net allemaal hier) legt Popke uit waarmee hij op kievietseieren doelt. Een snelle blik en open “doppen” brengen drie kansen. Ik vind als eerste een nestje met vier. Dat klopt volgens Popke want de stok die er al bijstaat geeft al aan daar een nest moet zijn. Ik verontschuldig met de woorden dat ik ook niet naar stokken aan het zoeken ben maar naar eieren. We lachen er smakelijk om. Nu is het de beurt aan Popke. Hij vindt een “semi” unicum. “Semi” omdat het wel vaker gebeurd, een unicum omdat je ook een heel leven niet kan gebeuren. Voor Popke is het de tweede keer dat er vijf eieren in het nest van een kievit liggen. Ik kan me nu één keer herinneren. We maken nog een loopje en vinden nog een paar nesten. Terug bij de auto kijken we nog eens het veld over. “Morgen ga ik tellen”, verteld Popke me. Tellen volgens de regels van de VOCON (Vogel controle Nederland). Of ik mee wil? Ik weet het dan al.

Om even over half zeven zijn we paraat. Het is een beetje mistig en dan telt het matig. Maar tijdens het stukje rijden klaart het voldoende op. We rijden naar een voor mij erg bekende wereld. De Haskerveenpolder. Rondom het oord Eagmaryp (Akmarijp). Een beroemde plaats bovendien aangezien zij genoemd wordt in het eerste hoofdstuk van jubileum boek van de Elfsteden vereniging, de Tranen van Akmarijp. Marije kwam uit Eagmaryp. Ik ken deze plaats goed omdat ik hier veel visvoetstappen heb liggen. Ik ben dus in een bekende wereld en daardoor wordt de belevenis alleen maar leuker. We schouwen het veld, steken onze koppen uit het raam als de leeuwerik zijn lied aanheft om te bepalen of het er één of twee zijn en maken een flinke loop over het eerste perceel. Je moet als eierzoeker nu de zaak omdraaien. Waarneming van vogels, daar gaat het om, niet om het vinden van de eieren. Opvliegende vogels volgen om ze niet nog eens te tellen. Het kan behoorlijk verwarrend worden. Vier ogen zien meer dan twee en we redden ons aardig. Zo lopen we menig veld af en inventariseren een fiks aantal volgens. Als bonus schrijven een tiental hazen die op vijfentwintig meter bij ons vandaan achter elkaar aan rennend een vluchtweg zochten. De knobbelzwaan op een nest van louter takken liet zich prima fotograferen. Roeringen in de vaartjes kondigen nieuw vissenleven aan. Voldaan keren we tegen twaalven weer naar huis. We maken nog een, na even goed kijken, enorm trillerige filmopname van een kievit die op het nest gaat zitten en daarom niet gepubliceerd is. <!–
WriteFlash('http://foto.poask.com/#25‘);
//–>http://foto.poask.com/#25Misschien krijgen we nog eens een kans. Thuisgekomen loop ik nog eens een kilometer of veertien met mijn vrouw. Eenmaal thuis klap ik de tuinstoelen uit en geniet ik van een welverdiend lentebokje. De twee glijdt er al net zo gemakkelijk in. De stoel achterover, een klein uurtje later zie ik nog net Steijn de Volder, Vlaanderen’s mooiste winnen. Met een bruine kop keer ik vandaag terug op het werk. Of ik in de zon gezeten heb? Nee mannen, actief bewogen in de natuur!