Geplaatst op Geef een reactie

29 maart 2009

Na een stevige wandeling van een kilometer of vijftien lig ik thuis even op de bank als mijn mobiel gaat. Popke meldt zich met de mededeling dat het één van de laatste kansen van het seizoen is. Als mijn buddy Walter aan de telefoon zou hebben gehad zou mijn antwoord als “omgeluld” hebben geklonken maar bij Popke volstaat een kort maar krachtig:”Ik bin sa klear!” Even later zitten we op het water. Wat een verschil met gisteren. Goed de wind is wel koud maar de lucht toont prachtige Hollandse stapelwolken boven een Fries landschap. We vissen weer in het dorp. De boot afgemeerd aan de rietkraag. De wandelroute achter ons maakt dat we regelmatig even goeie dag zeggen aan het passerend wandelend publiek. Maar het deert ons weinig. In de luwte van de rietkraag kijk ik vol tegen de zon in. Ik krijg het warm. De jas kan uit. Wat een verschil met vierentwintig uur geleden. Over vierentwintig uur geleden gesproken. Popke en ik hadden het nog even over paaiende snoeken gehad. Beiden hadden we dat fenomeen nooit “live” waargenomen. Tot vandaag dus. Precies op de plaats waar we afgemeerd liggen begint het water de “wervelen”. De staart die omhoog komt is die van een snoek. “Nu moet je eens kijken, gisteren nog over gehad!” Het water is niet al te helder maar schijnbaar is deze luwe plek precies warm genoeg geworden onder invloed van de zon dat het er juist nu van moet komen. Het is een rustig schouwspel dat slechts even duurt. Ik probeer er wat van te filmen maar dat blijkt niet echt eenvoudig. Het gemonteerde stukje staat nu hieronder. We vangen trouwens nog een snoekbaars ook. Een mannetje wat keurig terug gaat in zijn element. Mijn laatste dag van dit seizoen sluit ik in goed gezelschap af met een snoekbaars en het waarnemen van paaiende snoeken. Ik zei het gisteren al, wat is die natuur toch mooi.<!–
WriteFlash('’);
//–>

Geplaatst op Geef een reactie

28 maart 2009

We zijn een week verder. Morgen is één van de laatste kansen om nog een snoekbaars te vangen en het verbaasd me dan ook niet dat om een uur of half acht Popke even binnenkomt om te vragen of ik morgen tijd heb. Ik heb tijd en dus is een afspraak snel gemaakt. Het precieze tijdstip houden we rond een uur of negen en als het erg slecht weer is kunnen we het altijd nog even uitstellen. Vertikaal met een stukje spiering.

Het even na negen als ik Popke kom helpen met het aankoppelen van de boot etc. We zijn om 09.15 uur op het water. We gaan de woonplaats niet uit. Tegen een rietkraag proberen we het eerste met een hoempie ploempie. De pogingen leiden tot niets. We proberen van alles maar geen snoekbaars lijkt te verleiden. Dan besluit Popke op de bonnefooi een staartje aan een haak op een stukje grondlood te proberen. Ook dat leidt niet direct tot een aanbeet. Eerst moet de opmerking gemaakt worden. “Ik had er toch meer van verwacht!” Prompt ondergaat het staartje een versnelling. De haak wordt gezet. Een snoekbaars van tegen de zestig centimeter komt aan de oppervlakte. Daar schudt hij een keer met de kop en weet zich van de haak te ontdoen. Inmiddels is het gaan regenen. Eerst heel voorzichtig spetteren maar nu langzaam overgaan in regenen. De egaal grijze lucht in combinatie met het windstille weer kondigen een langdurig neerdalen der waterdruppels aan. Het lijkt zo te moeten zijn. Ondanks de hoopvolle mededeling van mijn vrouw bij ons vertrek. “Ik heb op buienradar gekeken en met een beetje geluk gaat het allemaal langs jullie heen!”Helaas. Na twee uur onafgebroken regen beginnen onze pakken door te lekken. Een halfuur verder, zonder enige aanbeet trouwens, slaat ook de koude toe. We maken er een einde aan. Als het vanmiddag nog mooi wordt kunnen we nog wel even wat aan nazorg voor het eierzoeken doen. Met die principe afspraak traileren we de boot.

<!–
WriteFlash('http://foto.poask.com/#24‘);
//–>http://foto.poask.com/#24Het is ongeveer half vier als het zonnetje het voorzichtig probeert. Ik loop vast naar de garage om mijn spullen bij elkaar te zoeken. Druk nog een kopje koffie uit de koffiepadmachine en ga op mijn stoel voor het raam zitten. Als op afspraak rijdt vijf minuten later Popke met zijn auto voor. Ik stap in en ga mee het veld in. Het is meer een stap terug in de tijd. De nadering van het veld, de ogen over de landerijen, de bouw. Ik merk dat ik de geoefendheid kwijt ben. Toch komt iets dergelijks snel weer boven. Na een paar korte blikken en een actieve “Doffer” (Mannetjes kievit) achter een kraai aan besluiten we een “loopje” op de bouw te wagen. Nu ziet het er niet erg aantrekkelijk uit. Zware klei na de regen van vanmorgen maakt dat je met enorme hoeveelheden klei aan je laarzen door de klei probeert te stappen. Bij het naderen van het stuk land nemen we een span of acht kieviten waar. Ik krijg een flashback naar tijd dat ik samen met mijn “ouwe” de bouwakkers in de Achterhoek afstruinde. Zelf de zware trajecten voor je rekening nemen. Hij over de drogere ruggen. Om de paar passen even de blik naar hem, kijken of hij er nog is. Kijken of de bouw niet te zwaar bleek. Zo schieten emoties door het lijf maar ik keer terug naar de werkelijkheid als mijn oog op een nest vol valt. Een “broed!” We maken nog een slag en Popke vindt nog een nest. Onze oriëntatie zit er nu op. We vinden het best. De komende week klaart het weer op. Droge stoppels lopen beter dan natte! We proberen we de zware klei van onze laarzen te krijgen. We rijden terug naar huis. Ik loop nog even naar mijn oude schouw en spoel mijn laarzen nog eens extra af. Voldaan vier ik het voorjaar en onder het genot van een, hoe toepasselijk, lente bok, typ ik mijn stukje. Mooi man die natuur!

Geplaatst op Geef een reactie

22 maart 2009

Net terug uit het zuiden van Duitsland waar ik ter afscheid getrakteerd werd op een kleine 20 cm sneeuw waan ik mezelf in een andere wereld als ik, samen met mijn vrouw op zondag morgen, door een zonovergoten Fries landschap stap. Het voorjaar is gisteren officieel begonnen en de natuur neemt een voorschot. De meerkoeten met de koppen laag op het water zijn begonnen met het bouwen van nesten, kieviten reageren fel op overstekende potentiële gevaren, grutto’s vliegen met drieën, tureluurs zingen en een enkele fuut schudt reeds zijn kop. De wind is nog fris maar alles ruikt en doet alsof het morgen zomer is. Dat lijkt maar zo. De maandag brengt al regen. Het is nog maar eind maart en dus ik besluit het er toch even op de wagen. De spinhengel wordt een plughengel en de spinner wordt een Timber Tiger. Vanwege de harde wind. Ik vis het watertje achter ons huis af. De lucht betrekt en de warmte van de voorjaarszon is onmiddellijk verdwenen. Het is koud ineens. De snoekbaarzen, u denkt toch niet dat ik op snoek vis, lijken verdwenen. Slechts een enkele snoek openbaart zich even achter de plug. Ik vang in een klein uur dus geen enkele vis maar wat deert het. Ik heb even aan de vaart gestaan waar ik al mijmerend herinneringen opgehaald heb uit een inmiddels ver verleden. Vroeger viste ik in deze tijd van het jaar in het geheel niet. Ik was aan het kievitseieren zoeken. Meestal samen met mijn vader. Met zijn heengaan leek ook die behoefte tot “aaisykje” (eierzoeken) te zijn verdwenen maar de laatste jaren is het sluimerende kaarslontje weer tot een fikse waakvlam uitgegroeid en ik ga dit jaar in ieder geval aan nazorg doen. Of dat zich gaat uitbreiden tot een actief betreden van het veld in het volgende seizoen valt nog te bezien. Ik wil de sms techniek niet beheersen. Voor de onwetende lezer: Ieder gevonden kievitsei moet per SMS aangemeld worden. Bij een onlogisch aantal is het ineens afgelopen voor iedereen in Friesland. Mijmerend aan de vaart liet ik mijn gedachten daar een over gaan. Straks moeten we elke gevangen snoekbaars en snoek per SMS melden. Mogen we na een vreselijk raar aantal ineens in Nederland niet meer op snoekvissen. Waar is dan de grens. Wedstrijdvissers die hun complete SMS tegoed van 1 maand er op een visdag door moeten Sms’en. Na “zoveel” kilometers moeten alle Nederlanders ineens hun auto laten staan. Van de week twee keer seks gehad, wel even Sms’en a.u.b. Ik hoop maar dat ik niemand op gedachten heb gebracht.

Geplaatst op Geef een reactie

14 maart 2009

Daar zit je dan. Ergens in het zuiden van Duitsland op cursus. Bijna elfhonderd kilometer van huis maar wat deert het. De omgeving is prachtig en ik geniet van de zuivere berglucht. Vandaag besloot ik dan ook om er eens lekker op uit te trekken. Genieten van de omgeving en foto’s maken. Het lukte. Om even voor achten stond ik al in de file voor Garmisch en besloot terug te gaan. Onderweg werd ik gebeld door een collega. Samen besloten we iets later die dag nog een poging te ondernemen. Aldus geschiedde. Ik voor het eerst van mijn leven in een skilift die ons naar 2095m bracht. Schitterende uitzichten en dan bedoel ik niet alleen de bergen. Ik heb al veel dingen gedaan in mijn leven maar een “currywurst mit pommes”, had ik nog niet gehad op 2095m. Na vandaag dus wel. De alpenkauwen, blijkbaar de mussen van de alpen, pikten graag een graantje mee. Het drinken van een biertje op deze hoogte was me trouwens ook nog nooit gelukt en ook dat kan ik nu op mijn palmares bijschrijven. Na een paar uur Alpenlucht was het me wel genoeg en enigszins koud “gondelden” we weer naar beneden. De terugweg in de gondel was een heel verschil met de heenweg, waarop we als haringen in een ton opeengepakt stonden. De meeste gaan op ski’s terug en dus is de gondel bijna leeg op de terugweg. Natuurlijk had ik ook zelf de ski’s onder kunnen doen maar het werd me sterk ontraden zonder ooit ene les gevolgd te hebben. Dus werd wijselijk besloten het oude lichaam niet aan gevaren anders dan een paar kilometer hardlopen bloot te stellen. Beneden aangekomen was de temperatuur beter. De jas kon uit. Beneden was het allemaal wat vriendelijker, gemoedelijker. Hoewel ik erg onder de indruk kan geraken van bergmassieven die overweldigend hun enorme, niet in een foto te vangen, kolossaliteit over je uitstorten, bijna nietig voel ik me dan, klopte mijn hart pas echt sneller bij het zien van die prachtige rivier. Zo was de cirkel weer rond. De smeltende sneeuw voedt de beekjes die zich uitstorten in de rivieren die uiteindelijk het water naar de zee dragen. Dat water is het water wat ik bevissen wil. Zo heb je als hengelsporter toch iets in de bergen te zoeken. De tocht naar een punt op de cirkelboog van het zoete water. Je moet alles eens gezien hebben.<!–
WriteFlash('http://foto.poask.com/#23‘);
//–>http://foto.poask.com/#23

Geplaatst op Geef een reactie

1 maart 2009

Zondagsvisserij,

Het is even na de klok van zeven als ik, gekleed in hardlooptenue met de koptelefoon van een ipod op mijn kop, mezelf tot zes kilometer hardlopen dwing. Een damesstem fluistert instructies. Hoewel ik gisteren nog wel een groot stuk gewandeld heb vind ik dit toch even nodig. Ik zwaai naar Durk als ik de boerderij passeer. Die zit aan het ontbijt en heeft het melken er alweer opzitten. Hij zwaait terug, over een tweetal maanden begint de kaatscompetitie weer en zullen we elkaar wat vaker zien. De volgende twintig minuten gaan in een razend tempo. Thuisgekomen zweet ik even uit en stap dan snel onder de douche. Het weer is prachtig. Ik breng de boot in gereedheid terwijl mijn vrouw de versnaperingen voor vandaag smeert. Dan zijn we zover, rijden naar de helling, traileren de boot en we zijn op weg. Het is tien uur als we de Swette opvaren. De Swette is net als vorige week helderder dan haar zijvaarten. Toch zoek ik het in de zijvaarten. We vissen vandaag op snoekbaars, iedere gevangen snoek moeten we onverwijld terugzetten in het zelfde water. We vertellen de Timber Tiger dat ze alleen snoekbaarzen mogen activeren alvorens ze te water gaan. Zoals gezegd, het is prachtig weer. Veel mensen zijn er door geïnspireerd. Ze zijn buiten, de digitale fotocamera’s om de nek. “Hé een bootje met twee mensen!” We staan er op. Wanneer dit voor de derde keer gebeurd maak ik een opmerking tegen de fotografe. “We zijn populair, u bent de derde!” “Zal ik ze u toesturen?” “Ja, prima. De website is de bootnaam plus punt NL. Kan niet moeilijk zijn want ze staan op de foto. Op het moment dat ik deze woorden typ heb ik ze nog niet ontvangen.” Maar dat kan nog komen en dan zal ik daar zeker nog iets over typen. We vervolgen onze toch en als eerste is het de bijhengel die krom gaat staan. Een snoekje van een centimeter of vijfenvijftig komt even boven de waterspiegel. Een vette “foei” tegen de snoek en de Timber Tiger en we maken nog een foto alvorens de snoek teruggaat onderwater. Op de eerste zijvaart zie ik een man in het land lopen. Hij lijkt niet helemaal goed te zijn. De handen op de knieën en hij komt moeizaam overeind. Ik houd hem een tijdje in de gaten. Als we bij een brug aankomen waar een muskusrattenval voorhangt stap ik uit te boot om de val omhoog te hijsen. Tegelijkertijd stapt de man ook op de brug. “Alles goed?”vraag ik hem. “Ja prima!” Ik vertel hem van mijn waarneming en het blijkt dat de heupen niet zo goed meer willen maar dat er verder niets aan de hand is. We tillen samen de val omhoog. Mijn vrouw vaart de boot eronderdoor en we laten het gevaarte weer zakken. Leeg, geen ratten. Ik loop met hem mee en stap op zijn erf weer in de boot. Onderwijl spreken we even over zijn wandeling. “Der sloegen al yn pear ljippen op in roek.” “Jo begripe der moast ik efkes hinne!” (Er zaten wat kieviten achter een kraai aan. U begrijpt dat ik daar even naar toe moest.) Het voorjaar is inderdaad begonnen. De Friese traditie borrelt op. We vervolgen onze tocht. Ook wij nemen even verderop dit fenomeen waar. Krokussen, sneeuwklokjes en kieviten die op kraaien slaan. Een groepje kinderen komt met een kleed naar buiten. Drinken in de hand, ze gaan picknicken. Vitamine D wordt als een razende aangemaakt onder de prachtige voorjaarszon. Na een uurtje is daar snoek twee. “We vangen er gemiddeld één per uur rond deze tijd van het jaar”, vertel ik mijn vrouw. Heb blijkt waarheid te worden. Mooie niet afgepaaide snoeken worden na een kleine fotosessie teruggezet. <!–
WriteFlash('http://foto.poask.com/#22‘);
//–>http://foto.poask.com/#22Mijn nieuwe camera laat voor het eerst zijn ingebouwde kwaliteiten zien waarvan acte in het fotoalbum. Een machtig mooie visdag die na viereneenhalf uur eindigt. Vijf snoeken op de teller. Waar zit die vermaledijde snoekbaars toch!